COLUMN: Frans avontuur – Opgeruimd staat slordig

Actrice Cynthia Abma en haar Belgische man Tom Raeymaekers kochten twee jaar geleden een oude, vervallen Franse boerderij. De enorme verbouwing is nog steeds aan de gang en levert heel wat smaakvolle anekdotes op.

Opruimen is niet onze sterkste kant. Zo is onze drie meter lange keukentafel standaard voor de helft gevuld met … vanalles. Als er bezoek komt, willen we dat nog wel eens vlug opruimen, maar het duurt nooit lang voor de hoopjes rekeningen, pennen, schoolspullen, wintermutsen etc. er weer liggen. We hebben ons maar verzoend met onze ‘troep’-situatie.

Onze Franse buren hebben dat blijkbaar al veel langer gedaan. Want wat opvalt als je een willekeurig boerenerf betreedt is de enorme hoop ‘vanalles’ dat er is verzameld. Afrasteringen, ondefinieerbaar landbouwtuig, rollen kippengaas, houten balken en altijd, écht altijd een oud, roestig autowrak. Het ziet er niet echt netjes uit, maar die hoop roest is van grote waarde. Helemaal niets weggooien, maar alle spullen bijhouden ‘voor het geval dat’ is voor de buurboeren een tweede natuur. Er komt namelijk ooit een moment dat het weer gebruikt gaat worden. Ze hebben daarnaast op zeer jonge leeftijd geleerd om zelfredzaam te zijn. Je eigen problemen oplossen is op het platteland een noodzaak. Ze kunnen daarom alles zelf repareren: auto’s, tractors, de vaatwasser, de kurkentrekker. Niets is hen vreemd om te fiksen.

Het betekent dat ze allemaal een fantastische klusloods hebben met een gigantische hoeveelheid spullen. En daar ligt werkelijk alles. Al ontelbare keren zijn we bij de buurman langsgegaan voor een heel specifiek moertje of boutje. Telkens weer, na een rustige zoektocht in tientallen potjes en koffieblikken, vind hij het gewenste item. Dat scheelt ons toch al snel een tripje van een paar uur naar de bouwmarkt in de stad en de prijs is meestal een klein aperitiefje.

Eigenlijk zijn die ‘ouderwetse’ boeren een schoolvoorbeeld van de nu zo hippe beweging van het hergebruiken of trendy upcycling. Hun ‘recuperatie-filosofie’ staat natuurlijk een beetje haaks op die andere populaire stroming van de opruim-goeroes die vinden dat als je iets niet meteen gebruikt, je het moet dumpen. Niet in de tuin maar gewoon keurig wegdoen. Zo weinig mogelijk spullen dus. In een krappe stadse omgeving zal dat zeker helpen, want je hebt anders wel een heleboel spullen-ruimte nodig.

Gelukkig is ruimte op het platteland, waar een schuur net zo gewoon is als een toilet, niet zo’n probleem. Het probleem is dat we een boerderij met een tot de nok volle schuur hebben gekocht. En die plaats hebben we nu toch echt nodig. Snel maar weer eens gaan opruimen. Zucht… In het belang van onze verbouwing neigen wij voorlopig nog even naar het ‘onmisbare rommel’-model.