COLUMN: Frans avontuur – Tractortest

We hebben een leuke tuin in Frankrijk. Niet te groot, mooi op het zuiden en met verschillende zones. Een terrasgedeelte bij het huis, een stukje gazon ernaast, een wildgebied geschikt om hutten te bouwen of voor andere kinderactiviteiten en een plekje voor wat fruitbomen. In theorie. Want op dit ogenblik is het nog ‘la brousse’, een Franse jungle-tuin. Die moeten we dus gaan aanpakken en liefst definitief temmen. Dat gaat hier op het platteland vaak vrij rigoureus en zonder compromissen. En met wat mechanische hulp.

Voilà le tracteur. Naast een jongens- en meisjesdroom is het volgens ons dé oplossing voor al onze tuinuitdagingen. Aangezien de buren tractoren hebben in alle maten en kleuren, weten we ook wat die dingen zoal in hun mars hebben. Niet alleen kunnen ze ploegen, maaien en koeien vervoeren, ze kunnen ook brandhout klieven, palen in de grond heien en in noodgevallen kun je er gewoon boodschappen mee gaan doen in het dorp. Zo’n tractor kan dus alles.

Tractors worden daarom veelvuldig aangeboden op het internet en in de huis-aan-huisblaadjes. Nooit goedkoop en in verschillende stadia van oud tot antiek. Hulp van een tractor-kenner was dus vereist. Onze buurman Christophe heeft zelf een paar exemplaren, dus hij wilde ons graag adviseren. Het leek hem wel handig om eerst een testritje te doen en kwam ons erf opgereden met zijn kleinste exemplaar: een knalrode Mc Cormick uit 1960. We zullen kort zijn. De testrit was geen succes. In de tijd dat wij zonder horten en stoten een bochtje konden maken in de overgroeide tuin, had de buurman al een hectare grond netjes omgeploegd. Hij leerde dan ook al vroeger rijden met de tractor dan met de fiets, zei hij wat verontschuldigend. En hij vertelde ons de reden achter die hoge tractorprijzen. Elke boer uit de streek heeft een antieke tractor of zoekt er één. Want die indrukwekkende automatische, gps-gestuurde mastodonten waar ze mee rondrijden zijn wel handig voor het dagelijkse werk, maar zo’n mooi gerestaureerd exemplaar dat doet denken aan opa, heeft onder de agriculteurs meer aanzien. Het bekendste model noemen ze liefkozend ‘le petit gris’, de kleine grijze. Een Amerikaanse Massey Ferguson uit 1946, die symbool staat voor de bloei van de Franse landbouw na de tweede wereldoorlog. Naast alle nostalgie wordt er ook elk een schoonheidswedstrijd voor oude landbouwvoertuigen georganiseerd. Die landelijke competitiedrang drijft de prijzen van kleine tractoren steeds verder op. Onze tractorhonger was meteen wat gestild. Zo’n concurrentieslag konden we niet winnen. De buurman zag onze teleurstelling en beloofde dat hij jaarlijks wel even onze tuin en de heggen onder handen zou nemen. In ruil voor een welbekende apéro…
Opgelucht hebben we zijn mooie voorstel aanvaard.